zinnen

/ˈzɪnə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) de gedachten ergens over laten gaan
    Hij zon op wraak.
  2. onpr (onpr) in de smaak vallen
    Dat zinde hem helemaal niet.

Etymologie

* Van het Middelnederlandse sinnen, verdere etymologie onzeker; mogelijk uit het Middelhoogduits, of afgeleid van zin.

Vertalingen

Engelsponder, consider, please