zink
/zɪŋk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheikunde), (element) een scheikundig element met symbool Zn en atoomnummer 30. Het is een blauw/wit overgangsmetaal
zelfstandig naamwoord
- (muziekinstrument) een meestal krom uitgevoerd koperblaasinstrument met vingergaten zoals bij een blokfluit
- (muziekinstrument) een orgelregister
Etymologie
*[B] Van “sinke” (1351-1400)
Vertalingen
Engelszinc, cornett
Franszinc, cornet à bouquin
DuitsZink, Zink
Spaanscinc, zinc
Portugeeszinco
Russischцинк
Chinees锌
Turksçinko
Poolscynk
Zweedszink
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek