ziltigheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het zout zijn; het een zoute smaak hebbenGeurend naar witte bloemen, citrus, tikje peer en een fijne ziltigheid; ik zou niet weten waar je op dit moment voor minder dan zes euro zo'n bijzondere wijn kunt scoren. De Telegraaf PIETER NIJDAM 06 jul. 2013 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/461252/het-staartje-van-de-griekse-week Het staartje van de Griekse week]Eigenlijk heeft deze mediterrane druif een geheel eigen karakter. Tjokvol steenfruit zoals abrikoos en witte perzik, maar ook artisjok, witte peper en dat alles omsluierd door een fijne ziltigheid. De Telegraaf PIETER NIJDAM 17 mei 2014 [https://www.telegraaf.nl/vrouw/458233/onverwacht-proefgeluk Onverwacht proefgeluk]
Etymologie
* afleiding ziltig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek