zijzak

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een opbergvak aan de zijkant van iets
    Misschien toch maar eens een andere koffer aanschaffen, want ik reis altijd met zo’n rommelig geval met allerlei zijzakken, voorzien van vrij te openen ritsen. Ook heb ik geen slot op m'n koffer, want ik doe er nooit iets waardevols in. Maar nu blijkt dat er eerder zaken worden íngestopt, moet ik toch maar eens aan het betere hang- en sluitwerk. De Telegraaf MARJOLEIN SCHIPPER 12 nov. 2015 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/481183/angst-voor-koffer Angst voor koffer]
    Ik stond in een hoek van een dampende zaal in de Rode Hoed, waar de vlijtige campagnemedewerkers van Diederik Samsom net wat oerkreten hadden geslaakt, nadat voorzitter Spekman in zijn vakantiebroek-met-handige-zijzakken de winnaar bekend had gemaakt. NRC Frits Abrahams 19 maart 2012 [https://www.nrc.nl/nieuws/2012/03/19/de-dagen-erna-12275243-a1156913 De dagen erna]