zijspiegel

mannelijk (de)/ˈzɛispiɣəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) een spiegel aan zijkant van een voertuig waarin de chauffeur het zijdelings achteropkomende verkeer kan waarnemen
    Je moet je zijspiegel nog even goed zetten.