zijluik

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een van de twee zijpanelen van een drieluik
    Het schilderij - een van de Leuvense topstukken - werd in 1443 door de Leuvense familie Edelheere besteld bij een kunstenaar uit de omgeving van Rogier van der Weyden. Het heeft de vorm van een triptiek met op de zijluiken de schenkers en hun patroonheiligen. De Standaard 20/08/2012 om 16:24 door mtm [http://www.standaard.be/cnt/dmf20120820_138 Edelheeretriptiek na 5 jaar terug in Leuvense Sint-Pieterskerk]
    De geheimzinnige maker van een Vlaamse website beweert dat hij weet waar het in 1934 gestolen paneel uit het zijluik van het retabel ”De aanbidding van het Lam Gods” is verstopt. Reformatorisch Dagblad 03-10-2002 [https://www.rd.nl/vandaag/buitenland/beroemde-kunstroof-mogelijk-opgelost-1.1160496 Beroemde kunstroof mogelijk opgelost]