zigeunerin

vrouwelijk (de)/ziɣønəˈrɪn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouw die behoort tot de Sinti of Roma
    Diezelfde zo zeer waardig reagerende Appolonia wordt echter door de dorpsgemeenschap gemeden omdat zij gezien haar zwarte haren en onduidelijke herkomst wel eens een zigeunerin zou kunnen zijn.
  2. vrouw die ervoor kiest een zwervend bestaan te leiden
    In haar hang naar vervoering bracht zij haar leven grotendeels in voertuigen door, want als een rusteloze zigeunerin hield zij het nergens langer dan enkele weken uit.

Etymologie

*afgeleid van zigeuner