zielsgesteldheid

vrouwelijk (de)/ˌzilsxəˈstɛlthɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de geestelijke toestand van iemand; de psychische toestand van iemand
    Niet altijd was ze gevoelig verzekerd van haar aandeel aan Christus. Met haar zielsgesteldheid ging het op en neer.
    Het komt mij voor dat de relatie tussen mijn gemoedstoestand en mijn swipe- en typegedrag niet zo één-op-één is als zou moeten, om veel te kunnen zeggen over mijn zielsgesteldheid.

Vertalingen

Engelspsychical habitus