ziekteperiode
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- tijdsbestek dat iemand ziek isJudith van Otterdijk (38) ontdekte vorig jaar hoe belangrijk het is om je financiën goed op orde te hebben. Dankzij een spaarpotje weet ze een langdurige ziekteperiode te overbruggen.Fotograaf Jan Houwers overleed maandag onverwacht op 63-jarige leeftijd na een korte ziekteperiode. In zijn werk had hij vaak het 'geluk van de goede fotograaf'.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek