ziekmaker

mannelijk (de)/ˈzikmakər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets of iemand die een ziekte veroorzaakt
    Uit angst voor ontslag lopen mensen langer door met kwaaltjes. Tegelijkertijd blijkt reorganisatie-stress een echte ziekmaker.
    De onderzoekers weten nog steeds niet waar de bacterie vandaan komt, maar op geen enkele groente uit Europa is de ziekmaker aangetroffen.
    "Roken staat met stip op één als grootste ziekmaker. Rokers zijn anderhalf keer zo vaak en zo lang ziek als niet-rokers. Een op de vier sterft zelfs al voor zijn pensioenleeftijd aan de gevolgen van roken," zegt longarts Pauline Dekker van het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk.