ziekentroost

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een bemoediging voor een ziek persoon; geestelijke ondersteuning voor een zieke
    Naast een ziekentroost en een verslag van het levenseinde van Jan de Bakker schreef hij ook een stuk met de titel ”Acolastus” (1529).