ziegezagen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) lallen, tot vervelens toe lelijk zingen
    Stemmengeraas uit schor-rauwe kelen raspte door 't herbergske en in een hoek ziegezaagde een metser, nog drie kwart tut van gisteren, een dom zeever-vooiske, dat z'in al de danszalen afgedraaid hadden, met de laatste kermis.blz 70. Vlaanderen, volume 5 1907"Maandag vieren" F. Verschoren

Etymologie

* In de betekenis van ‘zeuren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1870