zeventigplusser

mannelijk (de)/ˌsevə(n)təxˈplʏsər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. Iemand die ouder is dan zeventig jaar
    Aanleiding voor de test was een onderzoek van het LUMC en andere ziekenhuizen waaruit bleek dat 10 procent van de zeventigplussers die op de spoedeisende hulp terechtkwamen, binnen drie maanden was overleden [https://nos.nl/artikel/2228627-kwetsbaarheidtest-voor-ouderen-voor-operatie.html www.nos.nl]

Etymologie

*afgeleid van zeventigplus