zesvoud
onzijdig (het)/ˈzɛsfɑut/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- zesmaal zo grote hoeveelheid
- (wiskunde) natuurlijk getal dat deelbaar is door zes
Etymologie
*afgeleid van zes
Uitdrukkingen
- in zesvoud — [1] in de vorm van zes identieke exemplaren, dat wil zeggen: met vijf kopieën erbij
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek