zestien

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzɛstin/

Betekenis

telwoord
  1. wiskunde (wiskunde) natuurlijk getal tussen vijftien en zeventien, tien plus zes, in cijfers uitgeschreven als "16"
  2. om een hoeveelheid aan te geven
    In haar slaap heeft de bemanning nog een volledige ronde van negentig minuten om de aarde gemaakt, hun vijftiende van de zestien van vandaag.
    Uit een meter haalde hij zestien sigaretten.
    De totale kosten bedragen zestien euro en zevenendertig cent.
  3. om een plaats in een volgorde aan te geven
    Het juiste antwoord op opgave zestien is "42".
zelfstandig naamwoord
  1. dat wat in een (rang)ordening met 16 is aangeduid
    Het is weer de zestien die het niet doet, kunnen we die niet simpel vervangen?
    Haar zeventiende verjaardag was een belangrijk moment, want haar leven werd heel anders toen ze de zestien eenmaal voorbij was.
  2. voetbal (voetbal) het gemarkeerde gebied tot ruim 16 meter voor elk doel
    Hands binnen de zestien: dat moet een strafschop zijn!
  3. groep van 16 eenheden
    De zestien zijn natuurlijk blij, maar laten we ook denken aan het verdriet van de vier die zijn afgewezen.

Etymologie

** [2]: (verkorting) voor "zestienmetergebied"

Vertalingen

Engelssixteen
Fransseize
Duitssechzehn
Spaansdieciséis
Italiaanssedici
Russischшестнадцать
Turkson altı
Zweedssexton
Deensseksten