zes

mannelijk/vrouwelijk (de)/zɛs/

Betekenis

telwoord
  1. "6", het getal tussen vijf en zeven
  2. om een hoeveelheid aan te geven
    De totale kosten bedragen zes euro en zevenendertig cent.
    Uw witte schimmel is zwaar ziek, het zal zeker zes weken duren voordat hij weer beter is. En het is het enige paard dat over de daken kan rijden!'
    Waarom ging ik zes maanden op de Pacific Crest Trail (PCT) dwars door Amerika lopen? Tja, waarom niet.
  3. om een plaats in een volgorde aan te geven
    Het juiste antwoord op opgave zes is "42".
zelfstandig naamwoord
  1. het cijfer 6
    De partij D66 heeft twee zessen in haar naam.
  2. dat wat in een (rang)ordening met 6 is aangeduid
    Het is weer de zes die het niet doet, kunnen we die niet simpel vervangen?
    Hij had een mooi rapport met achten en negens en maar één zes.
  3. groep van 6 eenheden
    Deze zes zijn natuurlijk blij, maar laten we ook denken aan het verdriet van de vier die zijn afgewezen.

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands "ses" / "sesse" van Oudnederlands "ses", als telwoord voor het eerst aangetroffen in het jaar 701

Uitdrukkingen

  • Na veel vijven en zessenNa veel voor- en tegenargumenten tegen elkaar te hebben afgewogen
  • Van zessen klaar zijnZichzelf goed weten te redden
  • kassie-zes
  • zesbak
  • zescilinder
  • zeshoek
  • zeskamp
  • zeskant

Vertalingen

Engelssix
Franssix
Duitssechs
Spaansseis
Italiaanssei
Portugeesseis
Russischшесть
Japans
Koreaans여섯, 육, 륙
Arabischستة
Turksaltı
Poolssześć
Zweedssex
Deensseks