zeperd
mannelijk (de)/ˈzepərt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- tegenslag of mislukking, gewoonlijk in financieel opzicht, strop, nadeel, soms door bedrogDat leverde hem een zeperd van meer dan een miljoen.
- flater, afgangHij maakte een zeperd op de dansvloer en viel weinig gracieus op zijn snufferd.
Etymologie
* van zepen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek