zenuwcel

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzenywˌsɛl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. biologie (biologie) een zeer belangrijke cel in het zenuwstelsel die prikkels en impulsen opvangt, geleidt en doorgeeft
    In de hersenen zitten zo'n 100 miljard zenuwcellen.

Vertalingen

Engelsneuron, nerve cell
Fransneurone, cellule nerveuse
DuitsNervenzelle, Neuron
Spaansneurona, célula nerviosa