zenuw
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (anatomie) een onderdeel van het perifeer zenuwstelsel, bestaande uit gebundelde uitlopers van zenuwcellenDe grote zenuwen lopen door de wervelkolom naar buiten.
- zenuwen: emotionele gespannenheidAan weerskanten brullen kerels als gekken om zichzelf te verdoven, om zichzelf moed te geven. Anderen rennen net als hij, geconcentreerd, de zenuwen in hun buik, met droge keel. Ze stormen allemaal op de vijand af, gewapend met een onherroepelijke woede, een verlangen naar wraak. {{Aut|Lemaitre, Pierre
Etymologie
* In de betekenis van ‘verbindingsdraad tussen zintuigen of spieren en centrale zenuwstelsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285
Uitdrukkingen
- Een open zenuw — Een gevoelige kwestie, zaak of onderwerp
- Het op de zenuwen krijgen — Gestrest raken
- Op de zenuwen werken — Voor emotionele spanning zorgen
Vertalingen
Engelsnerve
Fransnerf
DuitsNerv
Spaansnervio
Italiaansnervo
Russischнерв
Japans神経
Poolsnerw
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek