zenuw

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) een onderdeel van het perifeer zenuwstelsel, bestaande uit gebundelde uitlopers van zenuwcellen
    De grote zenuwen lopen door de wervelkolom naar buiten.
  2. zenuwen: emotionele gespannenheid
    Aan weerskanten brullen kerels als gekken om zichzelf te verdoven, om zichzelf moed te geven. Anderen rennen net als hij, geconcentreerd, de zenuwen in hun buik, met droge keel. Ze stormen allemaal op de vijand af, gewapend met een onherroepelijke woede, een verlangen naar wraak. {{Aut|Lemaitre, Pierre

Etymologie

* In de betekenis van ‘verbindingsdraad tussen zintuigen of spieren en centrale zenuwstelsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285

Uitdrukkingen

  • Een open zenuwEen gevoelige kwestie, zaak of onderwerp
  • Het op de zenuwen krijgenGestrest raken
  • Op de zenuwen werkenVoor emotionele spanning zorgen

Vertalingen

Engelsnerve
Fransnerf
DuitsNerv
Spaansnervio
Italiaansnervo
Russischнерв
Japans神経
Poolsnerw