Zenden

/ˈzɛndə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. sturen
    Ik had je eergisteren die brief gezonden.

Etymologie

* In de betekenis van ‘sturen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901

Vertalingen

Engelssend
Duitsschicken, verschicken, senden
Spaansremitir, enviar, mandar