zelfzucht
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- sterke zucht om naar het naar eigen gewin te streven
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘egoïsme’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1803
Vertalingen
Spaansegoísmo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek