zelfvoorzieningsgraad

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin men in een land zelf kan zorgen voor de eigen behoeften
    Met een overproductie voor de binnenlandse markt – onze zelfvoorzieningsgraad voor rundvlees bedraagt 163 procent – is het vinden van exportmarkten voor de boeren van levensbelang.
    Van de totale hoeveelheid varkensvlees in België wordt grosso modo 38 pct in eigen land geconsumeerd en dus 62 pct uitgevoerd, zo stelt Stephan Moens van de Algemene Directie Statistiek van de FOD Economie. Hij leidt deze verhouding af uit de zelfvoorzieningsgraad wat betreft varkensvlees in 2010 (meest recente beschikbare gegevens, nvdr.), die 260,1 pct bedraagt. Dit betekent dat er 1,6 keer meer varkensvlees werd uitgevoerd dan er in ons land werd geconsumeerd.

Vertalingen

Engelsself-sufficiency rate, self-supply rate