zelfscholing

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zichzelf iets aanleren; zichzelf opleiden in een bepaald gebied, vak of beroep
    Wellicht vloeien uit een analyse van voorgaande debatten lessen voort die tot verbetering kunnen leiden. Van zelfkritiek naar zelfscholing.