zelfmoord

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzɛlᵊfˌmort/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handeling waarbij men een einde maakt aan zijn eigen leven
    Aantal zelfmoorden stijgt naar recordhoogte. [http://www.nu.nl/binnenland/3947655/aantal-zelfmoorden-stijgt-recordhoogte.html www.nu.nl]
    ‘Mijn grootste angst was dat als ze me zouden terugvinden, ik zou verdwijnen’, klinkt het. Ze verwachtte dat de autoriteiten de kamer zouden binnenvallen en haar ontvoeren. Ze overwoog zelfs om zelfmoord te plegen. ‘Daarom schreef ik een afscheidsbrief. Ik had besloten dat ik zelfmoord zou plegen als ik gedwongen werd om terug te keren.’ De Standaard 15/01/2019 door jvt [http://www.standaard.be/cnt/dmf20190115_04104606 Saudische tiener: ‘Ik hoop dat mijn verhaal andere vrouwen aanmoedigt om vrij te zijn’]
    'Mijn moeder heeft zelfmoord gepleegd,' zei hij.
  2. een handeling die zeer slecht voor iemand zelf is

Etymologie

* . Vermoedelijk is het woord een letterlijke vertaling van het Duitse Selbstmord, wat op zijn beurt een leenvertaling is van het Laatlatijnse suicidium. Het klassiek Latijn kende geen afzonderlijk woord voor zelfmoord

Vertalingen

Engelssuicide
Franssuicide
DuitsFreitod, Suizid, Selbstmord
Spaanssuicidio
Italiaanssuicidio
Portugeessuicídio
Russischсамоубийство, суицид
Chinees自殺, 自杀
Japans自殺
Koreaans자살
Arabischانتحار
Poolssamobójstwo
Zweedssjälvmord
Deensselvmord