zelfcorrectie

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het zelf ingrijpen als je iets verkeerds doet of dreigt te doen
    Het kan leiden tot ontremd en impulsief gedrag, slechte zelfcorrectie, afname van het besef wat hoort en wel/niet kan (ongepaste grappen), weinig/geen aandacht voor anderen, zonder dat zij dat zelf overzien.
  2. een automatische reactie die het effect van een eerdere gebeurtenis teniet doet
    Maar ook is denkbaar dat er iets meespeelt dat de wetenschap nog niet goed begrijpt. Een zelfcorrectie van het klimaat misschien, of een rem op de opwarming die we nog niet kennen. Dat laatste roept natuurlijk de gewetensvraag op: is er dan niet ook een onbekende factor die de warmte in de jaren tachtig en negentig extra omhoog heeft gestuwd? Ook dat is vooralsnog niet principieel uit te sluiten.
  3. stijlfiguur waarbij de schrijver een opzettelijke fout maakt, om die tegelijk te herstellen