zegevieren

/'zexəvirə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. de overwinning behalen
    Romeinse legioenen die zegevierden werden vaak beloond met een indrukwekkende triomftocht.
    Als de contrarevolutie had gezegevierd, was Hongarije een westers land geworden, had in het ergste geval de hulp ingeroepen van de Amerikaanse troepen in de Bondsrepubliek en in ieder geval de socialistische defensiegemeenschap van het Warschaupact verlaten.

Etymologie

* In de betekenis van ‘triomferen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1767

Vertalingen

Engelstriumph
Franstriompher
Duitssiegen, triumphieren, obsiegen
Spaanstriunfar, vencer