zeevogel

mannelijk (de)/ˈzevoɣəl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) vogel die vooral in de directe omgeving van de zee leeft
    Zeevogels zijn, zoals de naam al impliceert, vaak bij zee te vinden.

Vertalingen

Engelsseabird, seafowl
Fransoiseau de mer
DuitsSeevogel
Spaansave marina
Portugeesave marinha
Zweedssjöfågel