zeesla

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzesla/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. algen (algen) een geslacht van meercellige groenwieren, dat uit 385 soorten bestaat. De soorten komen voor in kustgebieden in de hele wereld en enkele soorten komen ook voor in brak water
  2. algen, voeding (algen) (voeding) een eetbare algensoort uit dit geslacht, slawier behorend tot de groenwieren ()

Vertalingen

Spaanslechuga de mar