zeeschuimer

mannelijk (de)/ˈzesxœymər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep, scheepvaart (beroep), (scheepvaart) iemand die de zeeën bevaart om andere schepen te beroven
    Sinds het falen van de Somalische staat zijn er weer volop zeeschuimers te vinden rond de Hoorn van Afrika.

Etymologie

* In de betekenis van ‘zeerover’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1569

Vertalingen

Franspirate, boucanier, flibustier
DuitsPirat, Seeräuber