zeehond

mannelijk (de)/ˈzehɔnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. roofdieren (roofdieren) benaming voor zeezoogdieren uit de familie
    Zeehonden vertoeven in de noordelijke zeeën en maken een blaffend geluid.
  2. bepaald soort zeezoogdier,

Etymologie

*van Middelnederlands "seehont", op te vatten als , in de betekenis van ‘zeeroofdier’ aangetroffen vanaf 1293

Vertalingen

Engelsseal
Fransphoque
DuitsSeehund
Spaansfoca
Italiaansfoca