zeeforel

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzefoˌrɛl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. visserij, voeding, straalvinnigen (visserij) (voeding) (straalvinnigen) vorm van de forel, (var. trutta), die vanuit de zee de rivieren optrekt om te paaien
    De zeeforel en de beekforel horen tot dezelfde soort, maar voeren een ander leven.