zeeberen
/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (roofdieren) zeezoogdieren uit de familie der oorrobben. Het zijn roofdieren die voornamelijk van vis en inktvis leven. Zeeberen zijn meer verwant aan de zeeleeuwen dan aan zeehonden
Etymologie
* "zeebeer" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek