zedenpreek
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een vermanende toespraak -al dan niet van de kansel- over welk gedrag ten aanzien van met name de seksualiteit onaanvaardbaar isZij vond de eindeloze zedenpreken van haar grootmoeder moeilijk te verduren.
Etymologie
*hier komt de etymologie van het woord-->
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek