zedenles

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzedə(n)ˌlɛs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. betoog of preek die het publiek tot meer behoorlijke opvattingen of gedrag moet brengen
    Ik ben die zedenlessen van haar mee dan beu.
  2. letterkunde (letterkunde) verhaal of toneelstuk met een moralistische strekking