Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

zantje

onzijdig (het)/ˈzɑncə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) (rooms-katholiek) kaartje met een stichtelijke afbeelding en tekst
    Het Gemeentelijk Feestcomité van Deerlijk heeft de vinkeniers van Vlaanderen bedacht met een mooi ‘zantje’: een kleurige Sint-Franciskus die preekt tot de vogelen. Nog mooier is dat prentje op de keerzijde waar Leon Defraeye, de man van de geschiedenis en het volksleven van Deerlijk, een dichterlijk ‘gebed van de vinkenier’ ten beste geeft.
    Ook de pastoor kwam. Het knaapje had een flesje medicijn gekregen en was een weinig beter. De pastoor gaf hem een ‘zantje’ en sprak hem van de hemel.
  2. afgedrukte afbeelding
    Het appeltje, zo verklaart fabelgewijs de laatste strofe, ‘is ons lieve landtje’; wie Sokkaert en het vosken zijn moet de lezer raden en als hij dit ‘seffens’ kan, krijgt hij ‘een zantje’ (…).

Etymologie

*; uitspraakvariant van santje, heiligenprentje, dat een bredere betekenis heeft gekregen [https://dbnl.org/tekst/duys001oude02_01/duys001oude02_01_0080.php?q=zantjehl1 Het oude Nederlandsche lied. Tweede deel. (1905) Martinus Nijhoff / De Nederlandsche Boekhandel, Den Haag / Antwerpen]; p. 1185; geraadpleegd 2018-12-09