zakker

mannelijk (de)/ˈzɑkər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep, historisch (beroep) (historisch) iemand die bepaalde handelswaar in zakken te doen
  2. knikker die men bij het knikkeren als winst behoud
  3. over een geschilderd oppervlak omlaag druipende overtollige verf

Etymologie

*van Middelnederlands "sacker", op te vatten als afgeleid van "zakken"