zaaien

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) zaad strooien
    De tuinman ging de tuin zaaien.
  2. ov (ov) veroorzaken of teweegbrengen
    Hij wilde enkel onrust zaaien.

Etymologie

* In de betekenis van ‘zaad strooien’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Vertalingen

Engelssow
Franssemer
Duitssäen
Spaanssembrar