yoga

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈjoɣa/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. filosofie (filosofie) het streven om door lichamelijke en geestelijke methoden van concentratie tot hogere bewustzijnstoestanden te geraken
    Ik ben een jaar naar India gegaan om me te verdiepen in yoga.
  2. metonymisch (metonymisch) systeem van oefeningen om beheersing te verkrijgen over de geest en het lichaam, weliswaar afkomstig uit een bepaalde yogatraditie, de hathayoga, maar ook beoefend zonder geestelijk doel
    Ik ben begonnen met yoga op de sportschool, want ik wil er mooi uitzien deze zomer.

Etymologie

*van योग (yóga) wat "verenigen" of "in overeenstemming brengen (met De Allerhoogste bewuste Persoon)" betekent

Vertalingen

Engelsyoga
Fransyoga
DuitsYoga
Spaansyoga
Italiaansyoga
Turksyoga
Poolsjoga
Zweedsyoga
Deensyoga