xylofonen
meervoud/ksiloˈfonən/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- xylofoons, minder gebruikelijke meervoudsvorm van xylofoon Van Dale: Groot woordenboek van de Nederlandse taal 14e druk (2005) Van Dale Lexicografie Utrecht/Antwerpen; cd-rom; lemma -foon1Er was een kast met bellen en klokjes, rammelaars, xylofonen, fluiten en hoornen, muziekbogen en citers.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek