wraak

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het vergelden van doorgemaakt lijden
  2. voornemen om het doorgemaakte lijden te vergelden aan de veroorzaker
    In veel gevallen was de politiek een dekmantel voor persoonlijke wraak en familievetes.
    Aan weerskanten brullen kerels als gekken om zichzelf te verdoven, om zichzelf moed te geven. Anderen rennen net als hij, geconcentreerd, de zenuwen in hun buik, met droge keel. Ze stormen allemaal op de vijand af, gewapend met een onherroepelijke woede, een verlangen naar wraak. {{Aut|Lemaitre, Pierre
  3. straf
  4. uit koers raken

Etymologie

* In de betekenis van ‘vergelding’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901

Vertalingen

Engelsrevenge, vengeance
Fransvengeance
DuitsRache
Spaansvenganza
Italiaansvendetta
Japans報復
Poolszemsta
Zweedshämnd