woonstede

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwonstedə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het gebouw waarin men woont
    Juridisch is opname in een psychiatrische inrichting nog geen verlies van woonstede.
  2. de woning op een boerderij
    De woonstede stond aan de rechterkant van het erf.

Etymologie

*hier komt de etymologie van het woord-->