woonduur
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de lengte in tijd dat iemand ergens woontNa een woonduur van twaalf jaar verhuisde de vrouw naar een nieuw huis.
Etymologie
* Samenstelling van de werkwoordstam van wonen en duur
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek