woonbuurt

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwonbyrt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. omgeving binnen een stad of dorp bedoeld voor huisvesting van mensen en met een omvang dat inwoners elkaar gewoonlijk vaker zien dan inwoners uit de rest van stad of dorp
    Het plan om in een woonbuurt tegenover het station in Zwolle een daklozenopvang te herbergen, stuit op veel protest.