wolfskuil

mannelijk (de)/ˈwɔlᵊfsˌkœyl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kuil die men gebruikt voor het vangen van wolven
    De hoofdstukken over angst voor wolven en de bestrijding ervan zijn bloedstollend, zó gehaat is het dier. Wolfskuilen, drijfjachten op de wolf zoals de Engelse vossenjacht en tal van andere wrede methoden om het dier uit te roeien hebben van de wolf een nachtdier gemaakt, een schemerbeest dat zich trots en ongenaakbaar ver van de mens houdt. NRC Kester Freriks 14 oktober 2016 [https://www.nrc.nl/nieuws/2016/10/14/bang-zijn-voor-de-grote-boze-wolf-4818644-a1526688 Bang zijn voor de grote boze wolf]
    Alleen lieden met een karakter van beton slagen erin emotionele valstrikken en psychologische wolfskuilen te ontwijken. Een slapjanus struikelt bij het eerste obstakel en trekt zich vol zelfmedelijden in de coulissen terug. De Standaard 14 FEBRUARI 2006 Joseph Pearce [http://www.standaard.be/cnt/ga4o76bj GRENSGANGER]
  2. defensief middel ter bescherming van verdedigingswerken in het open veld