witwaspraktijken
meervoud/ˈwɪtwɑsprɑkˌtɛikə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (financieel) (juridisch) geheel van activiteiten die zijn bedoeld om onwettig verkregen geld een schijnbaar legale herkomst te gevenDe aanklagers gaan uit van witwaspraktijken via de Belgische Nationale Loterij. Reynders zou jarenlang met contant geld ‘e-tickets’ hebben gekocht. Deze waardebonnen, oplopend tot 100 euro, worden door deelnemers op een ‘speelrekening’ van de Nationale Loterij gestort. De opbrengsten zouden witgewassen terug op zijn rekening zijn verschenen.
Etymologie
*, , op te vatten als "witwaspraktijk" met de uitgang -en
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek