wisent

mannelijk (de)/ˈwisɛnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. evenhoevigen (evenhoevigen) bepaald soort zooɡdier, , aan het eind van de 15e eeuw al zo zeldzaam geworden dat er maatregelen genomen moesten worden in de vorm van jachtrestricties; door fokprogramma's, opgezet in het begin van de 20e eeuw voor uitsterven behoed: er zijn vrijlevende populaties in Polen, Wit-Rusland, Oekraïne, Rusland, Litouwen, Slowakije, Duitsland en Roemenië, maar het blijft een kwetsbare soort
    In natuurgebied de Maashorst, nabij Uden, zijn begin mei en begin juni vijf wisentkalfjes geboren. Het zijn de eerste wisenten die geboren zijn in dit Brabantse natuurgebied. De wisenten werden in maart 2016 uitgezet. Met de kalfjes erbij zijn er nu vijftien wisenten.de Telegraaf 11 jun. 2017
    De wisent (een soort buffel), de zeearend en de wilde kat zijn er al. En met de vondst van een aangereden wolf lijkt het erop dat Nederland na anderhalve eeuw ook definitief weer wolven heeft. Maar daar blijft de bijzondere verzameling wilde dieren in Nederland niet bij, want vanuit Duitsland en Frankrijk rukken ook de jakhals en de lynx in rap tempo op.de Telegraaf SANDER WAGEMAN 08 mrt. 2017

Etymologie

*(erfwoord) via Middelnederlands "wesent" van Oudnederlands "wisent", in de betekenis van ‘herkauwer’ aangetroffen vanaf 1145; na uitsterven in de Lage Landen vermoedelijk in de 19e eeuw weer ontleend van "Wisent"

Vertalingen

EngelsEuropean bison, zubr, bison
Fransbison d’Europe
DuitsWisent