wireless
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwɑjələs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- draadloos internetDat surfen slecht is voor de literaire productiviteit is geen groot nieuws: Kluun zonderde zich af in de leegstaande zolder boven uitgeverij Podium om zich op Haantjes te concentreren, Mariët Meester schreef al haar boeken in haar televisie- en internetvrije woonwagen en dat eerste meesterwerk van mij kwam ter wereld in een pub in Notting Hill waar men niet in wireless gelooft.
Etymologie
[https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010644938:mpeg21:a0093 "Waarnemend-directeur waarschuwde al begin april dat Fabela niet in voordeel Setar is" in: Amigoe jrg. 112 nr. 207 (6 september 1995)]; p. 6 kol. 1; geraadpleegd 2018-01-03
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek