wippen

/ˈwɪpə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) op en neer bewegen
    De kinderen werden ongeduldig onder het lange betoog en begonnen te wippen en te wriemelen.
  2. inerg, figuurlijk, seksualiteit, informeel (inerg) (figuurlijk) (seksualiteit) (informeel) geslachtsgemeenschap hebben, paren
  3. ov, informeel (ov) (informeel) door een stemming uit een functie zetten
    Omdat hij ruzie maakte met de voorzitter wipte de ledenvergadering hem uit het bestuur.

Etymologie

* van Middelnederlands "wyppen"

Vertalingen

Engelsbalance, screw
Franslimer, faire crac-crac
Duitsbumsen, treiben
Spaansbalancear, coger
Italiaansscopare
Poolswydymać, usunąć