Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

wintervoet

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈwɪntərˌvut/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) blauwrode, pijnlijke, hevig jeukende zwelling van tenen of ander deel van de voet na blootstelling aan hevige kou
    Een winterhand of wintervoet (pernio) bestaat uit een lokale, gezwollen, rode, pijnlijke of jeukende plek op vingers, tenen, oren of neus als gevolg van een slechte bloedsomloop.

Etymologie

*, omdat de aandoening vaak ontstaat bij winterse kou

Vertalingen

Engelschilblains, chill burns