winterkleed
onzijdig (het)/ˈwɪntərˌklet/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- laag witte sneeuw die in de winter over het land kan liggen
- warme kleding die geschikt is voor het koude jaargetijde
- verenkleed dat een vogel aanneemt buiten het broedseizoenTijdens de balts- en broedperiode zijn de vogels op hun mooist, met donkere kuif, oranje-witte kop en bruin-rode bakkebaarden. Het winterkleed, na de rui, is veel minder uitbundig.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek